Home
Mail ons sitemap Laatste updates
 
   
  Column Jaap: Welvaart versus tradities in ons dorp

geschreven in december 2012 voor wereldwijzer


Ik wil beginnen om de eventuele negatieve klank van mijn vorige column weg te nemen. Ons dorp is erg veranderd maar we hebben echt onze plek gevonden. We steken er soms de draak mee. Als we vanuit onze kamer naar achter kijken zie we het gedeelte van het park “Olive city” waar de woningen voornamelijk aan Turken zijn verhuurd. Onze opmerking aan vrienden is dan, dat dit de omgekeerde wereld is. Wij wonen in vrijheid; de Turken achter een hek! Wat mij verbaast, is dat de scheiding in Olive city tussen het “buitenlander gedeelte” en het gedeelte voor de “Turken” gescheiden wordt door een hoog hek met prikkeldraad erop. Volgens mij is de redenering van de meeste buitenlanders die hier komen wonen dat Turkije zo'n gastvrij en veilig land is. Waarom wil je dan met bewaking achter prikkeldraad wonen?

Oğuzhan, de bouwer van dit park, is een betrouwbare firma en via veel makelaars waren de appartementen verkocht voordat het park gereed was. Er is dus een markt voor en wie ben ik om dat te veroordelen. Ik begrijp het alleen niet. Ik zal dit gedeelte dan ook positief afsluiten: de gebouwen in Olive city park zijn van hoge kwaliteit, het wordt erg goed onderhouden en de tuinen, zwembaden en restaurant zien er geweldig uit. (Foto: Olive City).


Nu ik zo aan het schrijven ben, kom ik er achter dat ik best hypocriet ben. Ik vertel over de vooruitgang waardoor veel kleine industrie en winkels zijn verdwenen. Maar wij gaan ook naar de Kipa, omdat de prijzen vergelijkbaar zijn en alles in één winkel te koop is. Mijn hobby- en verfspullen koop ik regelmatig bij de Koçtaş. Ik doe er gewoon aan mee! Wat opvalt in deze moderne winkels, is dat het een zondags uitje is voor de lokale mensen. Metro, Kipa, Alanyum, allemaal moderne winkels die zondags door netjes aangeklede Turkse familie’s bezocht worden. Dat brengt me bij een ander fenomeen waardoor de vooruitgang goed zichtbaar is. Toen we in 2003 voor het eerst in Cikcilli kwamen, werd het snel duidelijk dat het een echt forensen dorp is. s’ Ochtens druk uitgaand verkeer en s’avonds omgekeerd. Alleen het straatbeeld is erg veranderd. Toen zag je veel traditioneel geklede mensen met de dolmus of eigen vervoer rijden. De dolmus(jes) waren kleine busjes die meestal in bezit waren van de chauffeur. Het vervoer daarmee koste een habbekrats en je rekende af door vanaf de plek waar je stond b.v een lira aan je buurman te geven. De lira werd net zo lang doorgegeven tot hij bij de chauffeur was aangekomen. Die pakte het rijdend aan en gaf het wisselgeld op dezelfde manier terug, ondertussen druk toeterend om te kijken of hij nog wat mensen kon oppikken. Hoe die man dat allemaal in de gaten kon houden, heb ik nooit begrepen. Maar het systeem werkte perfect en door de opsmuk aan de busjes leerde je ze te herkennen. Ze reden de hele dag hun traject heen en weer en stopten waar nodig. Deze busjes zijn voornamelijk vervangen voor luchtgeveerde grotere bussen. Zij zijn in bezit van de gemeente en er zijn bushokjes langs de weg gekomen. Op dit moment zijn ze bezig een betaalsysteem met een soort chipkaart in te voeren die voor gehandicapte mensen gratis is. Natuurlijk is dat een vooruitgang! Maar ik kijk er met enige melancholie naar. Ik vond dat oude systeem zo leuk!

Het eigen vervoer is ook flink veranderd. In 2003 stond het dorp s’ ochtends en s’ avonds blauw van de tweetakt rook: oude Jawa motorfietsen waar met regelmaat drie mensen of meer op zaten. We zagen ze zelfs met een heel gezin erop. Papa, mama de kleinste op te tank voor papa, één tussen papa en mama in en de grootste hing(en) achterop. Deze Jawa waren vaak uitgerust met rekken waar bijvoorbeeld de gasflessen in vervoerd konden worden. Bij de grotere markten stonden ze als taxi te wachten op mensen die afgeladen met boodschappen waren. Deze mensen werden dan tegen een kleine vergoeding thuis gebracht. Prachtig om te zien en je wist zeker dat je in Turkije was. Nu hebben we nog steeds een ochtend- en avondspits, maar voornamelijk met scooters die meestal maar met een of twee personen zijn beladen. Alhoewel….de plaatselijke schilder vervoert zonder problemen de nodige potten verf, een laddertje en zichzelf op een scooter.

Het is verplicht om een helm op te hebben, maar de Turken hebben een hekel aan regeltjes. Dus zien we alle varianten op straat. Papa een helm op en het staande kind en mama niet. Of een fantastische plastic helm. Bij mijn weten, is er in de wet nog niet vermeldt dat het een deugdelijke helm moet zijn. Ik zeg wel eens, met een lach, dat het volgens mij verplicht is om één helm per scooter op te hebben ongeacht het aantal personen op die scooter. Het is dus nog steeds een dorp dat je beslist niet in Nederland vindt.

Alleen al aan het verkeer is dat meer dan duidelijk. En ik voel me daar zo verschrikkelijk thuis tussen; alles kan en het is maar zeldzaam dat mensen boos op elkaar worden. Een mooi voorbeeld is een nieuwe kruising waarbij op de vroegere doorgaande weg een stopbord geplaatst is. De gemeente probeert van de nieuwe weg een doorgaande weg te maken. De praktijk echter is dat het verkeer op de oude weg voorrang neemt en het verkeer op de nieuwe weg voorrang verleend. Het werkt probleemloos zolang je als buitenlander niet stopt voor dat stopbord want dan loop je het risico dat je een aanrijding veroorzaakt: niemand rekent daarop!

Hetzelfde met een rotonde in het centrum van het dorp. Die rotonde was in het begin een bezienswaardigheid, maar het functioneerde goed en iedereen was er snel aan gewend. Na een jaar of zo, werden er verkeerslichten geplaatst en dat is net teveel gevraagd voor het verkeer hier. Dus de verkeerslichten doen hun ding en het verkeer het zijne. Nogmaals: ik voel me zo thuis in dit verkeer. Er zijn logische gedragingen die voor de echte verkeersregels gaan. Rechts voorrang bestaat niet als er duidelijk verschil in wegen is. Het spannende is dat bij een ongeval de “echte regels” getoetst worden.

Maar ik dwaal weer af, want ik had het over ons dorp. Dat ik het af en toe jammer vindt dat er zoveel veranderd is. Maar ik realiseer mij ook dat ik, met mijn moderne villa niet het recht heb om te verwachten dat de Turken om mij heen in hun traditie en armoede blijven leven. Ik heb wel het gevoel dat, doordat er zo snel zoveel buitenlanders zijn gekomen, de plaatselijke economie te snel gegroeid is. Hierdoor is er een stuk eigenheid verdwenen. Geld gaat voor de traditie en de eigen identiteit.

Ik vertel erbij dat het mijn mening is. Als ik hier met een lokale Turkse ondernemer over praat, dan blijkt dat hij er heel anders over denkt. Wel is het zo dat de tijd dingen filtert. Een voorbeeld hiervan is dat de moderne restaurants die alleen op de buitenlander gericht waren en met prijzen die voor de Turken absurd waren, langzaam verdwijnen. Er is een nieuw restaurant gekomen waar wij ook graag komen; een mooie mix van oude en nieuwe bewoners. Hetzelfde zie je op de markt waar de prijzen normaal en gestabiliseerd zijn en het aanbod breder is geworden. Hierdoor zie je in de zomermaanden een mix van moderne en meer traditionele Turken en buitenlanders. De buitenlander wordt alleen nog zo makkelijk herkend, en dan bedoel ik niet de huidskleur.

Ik wil dit epistel afsluiten door te zeggen dat we in een uniek dorp wonen en dat we het erg naar ons zin hebben.

Noot: Toen ik dit stukje geschreven had, ben ik met camera naar beneden gegaan om een paar begeleidende plaatjes te schieten. Vlak bij de markt werd ik staande gehouden door de ober van het hierboven beschreven restaurant. Of ik tijd had voor een kop thee. Dus in het zonnetje, als mannen onder elkaar, de laatste dorpsroddels besproken. Geeft je toch het gevoel er een beetje bij te horen.
Hier, vanuit ons huis, een blik op Olive City
Hier de scheiding tussen de toeristen en Turken met camera’s en prikkeldraad
Hier een dolmus die langzaam uit het straatbeeld verdwijnen
Ik heb de foto gebruikt van https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Dolmu%C5%9F.jpg
De moderne busstop, Jammer de dolmus stopte overal
De markt bij ons in de buurt